| ||||||||||||||
|
| ||||||||||||||
Informatie voor aanstaande ouders | ||||||||||||||
De ziekenhuisbevallingDoor H. Boelhouwers
De vader maakt het verschil Het vaderschap heeft zijn eigen unieke kanten, zo stelt Hans Boelhouwers. Kinderen van direct betrokken vaders ontwikkelen zich in sociaal en emotioneel opzicht beter dan kinderen van indirect betrokken vaders. Alle reden dus om de betrokkenheid van vaders al vanaf de geboorte te stimuleren – ook in het ziekenhuis.
In een nog niet zo ver verleden diende de vader bij een bevalling in het ziekenhuis vooral bezig te zijn met kettingroken en ijsberen in de wachtkamer. Eénmaal toegelaten tot de verloskamer behoorde het tot zijn taak de blijde gebeurtenis op foto en video vast te leggen. Nog moderner is de aanstaande vader die op zwangerschapsgymnastiek alles te weten is gekomen over weeën en luiers, en die als blijk van solidariteit met de moeder intensief meepuft en meeperst.
In de natuur zijn vaders vrijwel alleen nuttig voor de bevruchting. De mannelijke exemplaren van de soort hebben bij de bevalling noch in de eerste periode daarna iets te zoeken. Biologisch gezien is er met mensenvaders echter iets bijzonders aan de hand. Zij investeren vaak in het ouderschap – in ieder geval vaker dan andere zoogdieren. Afhankelijk Mensenkinderen hebben ten opzichte van andere dieren, zelfs ten opzichte van onze naaste familie, de mensapen, een ontzettend lange ontwikkelingstijd. Daarbij komt dat kinderen extreem afhankelijk ter wereld komen. De hersenen en het hoofdje van het nog ongeboren kind groeien zo snel dat de geboorte relatief vroeg plaatsvindt omdat het kind anders niet meer door het geboortekanaal kan. Gedragsbiologen en evolutiepsychologen raken er steeds meer van overtuigd dat dit kenmerk van onze soort alleen kon evolueren doordat onze voorvaders óók gingen investeren in hun eigen kinderen, naast de moeders. Onze - evolutionair gezien - naaste familie, de mensaap, levert informatie over hoe voorgangers van de moderne mens mogelijk hun zorg hebben gegeven aan kinderen. Met deze informatie wordt een beeld geschapen van een ‘environment of evolutionary adaptiveness’, een omgeving van evolutionaire aanpassing. Deze term is bedacht door John Bowlby, de man die ook het begrip ‘hechting’ op de kaart heeft gezet. Zijn veronderstelling was dat kinderen zich aan hun ouders hechten omdat zij de gevaren in de omgeving nog niet het hoofd kunnen bieden. Dergelijke hypotheses over de evolutie van de mens zijn gebaseerd op gewogen veronderstellingen over hoe het honderdduizend en veel meer jaren geleden toe ging. Een nieuwere opvatting is dat de angst die bij hechtingsgedrag bij jonge kinderen hoort, wordt opgewekt door onbekende mensen, met name mannen. In vroeger tijden kon een invasie van vreemde mannen in de familie de dood betekenen voor kinderen. Plunderende mannen van een andere familie of stam namen na het doden van de vaders de vrouwen over. Aan kinderen die niet van henzelf waren, hadden ze niets. Waarschijnlijk hadden de moeders in een dergelijke omgeving een man (en vader) nodig om zichzelf en hun kinderen tegen andere mannen te beschermen. Relatietrouw en bescherming van het gezin werden hierdoor wellicht belangrijke selectiecriteria voor jonge vrouwen. Voedsel Bescherming bieden is één facet in de evolutie van het vaderschap, voedselverwerving is een ander. In veel pre-industriële maatschappijen zorgen mannen voor de kwaliteit van het voedsel. Het vlees dat ze via de jacht bemachtigen, levert bouwstoffen voor moedermelk en bevordert de lichaamsgroei van kinderen. Bij een goede voedingstoestand kunnen kinderen langer kind zijn, omdat ze zelf minder hoeven bij te dragen aan hun onderhoud. Hoe primitief dit allemaal ook moge lijken, bij dergelijke scenario’s over onze vroege evolutieomgeving kan de rol van de vader, en hoe vaderschap in onze genen is verankerd, scherper in beeld komen. De evolutionaire bespiegelingen verwijzen naar drie facetten van de biologie van het vaderschap: veiligheid bieden, het aandragen van materiële ondersteuning aan het gezin en daarmee verbonden, het aangaan van een stabiele relatie. Dit zijn indirecte investeringen in het vaderschap. Ze kunnen plaatsvinden zonder intensieve bemoeienis van de vader ten opzichte van het kind. Vaardigheden Naast indirecte investeringen zijn directe investeringen van de vader van belang om de specifieke ontwikkeling van een mensenkind mogelijk te maken. Voor het verwerven van de vaardigheden die deelname aan ons sociaal bestaan mogelijk maken, is een complexe neurologie en een langdurige ontwikkeling nodig. Waarom hebben mensen in hun evolutie zulke grote hersenen gekregen, en waarom duurt het zo lang om als mensenkind op te groeien? De hypothese die gedragsbiologen en evolutiepsychologen hierover het meest aanhangen is die van het sociale brein. In het leven van alledag ontgaat ons vaak hoe complex ons sociale bestaan is. Om gaandeweg zonder ouders te kunnen functioneren moeten kinderen in staat zijn zichzelf te kalmeren, hun impulsen te beheersen, samen te werken, etc. Dergelijke vaardigheden leren kinderen van hun beide ouders, via direct contact en betrokkenheid. Dit begint al meteen na de geboorte. Zoals steeds zijn het de moeders die het vaakst voor dit geestelijk voedsel zorgen. Maar met name de laatste vijftien jaar is steeds meer onderzoek gedaan naar de vraag of vaders ook van betekenis zijn in deze directe investeringen. Kinderen kunnen niet geboren worden zonder moeders, wel zonder vaders, maar de aanwezigheid van de vader maakt wel degelijk verschil, zo blijkt uit dit onderzoek. Ontwikkelingen De afgelopen decennia zijn twee ontwikkelingen in ouderschap van groot belang geweest. In de eerste plaats zijn moeders steeds vaker werkende moeders. Een gevolg daarvan is dat vaders meer de gelegenheid krijgen - of meer gedwongen worden - direct met hun kinderen bezig te zijn. In de tweede plaats zijn er steeds meer gezinnen waarin de vader ontbreekt, ook in materiële zin. De kwalijke gevolgen van die afwezigheid zijn in allerlei statistieken wereldwijd terug te vinden. Het ontbreken van een vader maakt vaak dat de moeder overbelast raakt, waardoor de kinderen vooral op emotioneel en pedagogisch vlak tekort komen. Een aantal van deze kinderen ontwikkelen, als gevolg van de chronische stress in hun omgeving, een fysiologie en een sociaal-emotionele instelling die past bij onveiligheid en onbetrouwbaarheid. In een instabiele omgeving is het beter impulsief je kans te grijpen of er voor te ‘kiezen’ om je af te sluiten. Het opgroeien in een gezin waarvan de moeder het helemaal alleen moet doen, is, zo blijkt uit allerlei onderzoek, een fors risico op het ontwikkelen van emotionele en gedragproblemen. Soms wordt er denigrerend gedaan over de vader die voor de kinderen een grote onbekende is, en die als zodanig op zondag het vlees komt snijden. Het is in onze maatschappij niet zo dat kinderen zonder vader dood gaan (dat kan wel in de derde wereld gebeuren), maar de afwezigheid van indirecte investeringen van vaders heeft via de overbelasting van de moeder grote gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen. Als het zeker is dat vader iedere zondag komt en blijft komen, groeien kinderen daar wel bij, maar dat hangt ook weer samen met de mate waarin de moeder zich gesteund voelt door de materiële inbreng van de vader. Een indirecte vaderinvestering is goed, directe is als extra nog beter. Als vaders zich meer (dus direct) met hun kinderen bemoeien, heeft dat een verdergaand effect op de ontwikkeling van hun kinderen. Kinderen met vaders die van het begin af aan veel met hen bezig zijn geweest, zijn beter in problemen oplossen, zijn sociaal handiger, hebben meer emotionele beheersing en scoren als peuter beter op de ontwikkelingstest van Bailey. Betrokkenheid Interessant is op welke manier directe betrokkenheid van de vader een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van het kind, en hoe deze invloed varieert al naar gelang de leeftijd en het geslacht van het kind. Vrij algemeen heerst nog de opvatting dat vrouwen beter met pasgeboren kinderen om kunnen gaan en dat de invloed van vaders mogelijk pas later belangrijk wordt, als het kind ouder is. Als vaders zich goed gestemd met hun pasgeborenen bezighouden is dat vaak op een wat andere manier dan de moeders. Vaders houden meer van uitdagende en onverwachte prikkels, moeders zijn vaker regelmatig en meer voorspelbaar. Wat het best bij het kind past, hangt af van het temperament van het kind. Er zijn momenteel geen aanwijzingen dat vaders en moeders verschillen in hun gevoeligheid voor het kind als het overprikkeld of verveeld raakt. De geslachtsverschillen in het omgaan met baby’s worden nog altijd opgevat als concurrerend. Het bijzondere van spel, dat relatief vaker door vaders wordt ingebracht in de opvoeding, is het in een beschermende en stressvrije omgeving opjutten en weer laten ontspannen van de baby. Er zijn redenen om aan te nemen dat vaders inbreng, nadat eerst de verzorging en de veiligheid is gegarandeerd, langs deze route effectief is in de ontwikkeling, als aanvulling op het fundament dat door de moeder is gelegd. Naast deze speelse interactie moet er echter ook veel verschoond, gevoed en getroost worden. Er zijn wel aanwijzingen dat mannen iets minder gevoelig zijn voor de signalen die een baby uitzendt als er rond zijn verzorging iets gedaan moet worden. Bij huilen door honger gaat bijvoorbeeld de hartslag bij moeders sneller omhoog, vaders doen er langer over. Het verschil is er niet als het huilen door pijn wordt veroorzaakt. Als het om verzorging gaat, is moeder dus vaak al op weg voordat vader kan reageren. Vaders kunnen soms het verwijt krijgen dat ze alleen maar willen spelen met hun kind. Hoe terecht dit verwijt soms kan zijn: als vaders op die manier direct investeren, stimuleren ze de ontwikkeling van hun kinderen. Moeders die willen dat vader daarnaast ook eens een luier verschoont, kunnen het beste eerst een blokje om gaan. Als vaders er alleen voorstaan - ook dat is uitgezocht - komt de verzorging wel voor elkaar. Nodig zijn Veel mannen die voor het eerst vader worden kennen het gevoel dat hun kind hen nodig heeft. Ze hebben nu iemand in hun leven die van hun verantwoordelijkheidsbesef afhankelijk is. Dat is een gevoel dat biologisch verankerd is in de neiging tot indirect en direct investeren in hun kind. Dat is vaderschap - een noodzakelijke aanvulling op het moederschap. Mensen zijn in hun biologische opmaak zeer flexibel, en het vader of moeder zijn kan op vele manieren plaatsvinden. Soms is die flexibiliteit een zegen, soms juist niet. Het biologische werk van de bevalling wordt altijd door de moeder gedaan, daar is geen flexibiliteit mogelijk, en de vader is er niet absoluut bij nodig. In sommige culturen en als heel zeldzaam psychiatrisch ziektebeeld is sprake van de couvade, waarbij de vader gelijktijdig met de moeder heftige barensnood imiteert, op dramatische wijze. Als vader heb je dan wel een belangrijke taak (en aandacht), maar een dergelijke flexibiliteit is waarschijnlijk geen zegen, in ieder geval niet voor moeder en kind. Het dragen en ter wereld brengen van een kind is de meest directe bestaande vorm van biologisch investeren in een wezen anders dan jezelf. Vaders kunnen daar niet tegenop. Moeders weten dat. De vader die bij de bevalling aanwezig is, laat echter wel blijken dat hij er wat voor over heeft, dat hij verantwoordelijk wil zijn voor het kind, en dus voor de moeder. Dat is een indirecte investering, en als zodanig belangrijk. Vaders moeten niet beoordeeld worden met moederschap als maat. Vaderschap heeft zijn eigen unieke kanten, maar zoals steeds weer blijkt: in samenwerking met de moeder. Onderzoek naar de effecten van de betrokkenheid van de vader bij de geboorte en verdere ontwikkeling van kinderen is uitermate ingewikkeld, omdat veel bijkomende factoren een rol spelen, zoals materiële welstand van het gezin, psychische en lichamelijke gezondheid van de ouders, leeftijd van de ouders, aanwezigheid van steunfiguren, en vooral, de relatie tussen de ouders. Alle positieve effecten van de aanwezigheid van een vader in indirecte en directe zin, alle negatieve effecten bij afwezigheid van de vader, blijken bij onderzoek steeds kleiner te zijn dan de effecten van een goede of slechte relatie tussen de ouders. Alleenstaande moeders kunnen soms wonderbaarlijk goed compenseren voor de afwezigheid van de vader, maar als het niet lukt, zijn de gevolgen voor de kinderen duidelijk of zelfs rampzalig. Alleenstaande vaders gaan vaak snel op zoek naar een nieuwe partner. Gezien het bovenstaande kan gesteld worden: bevallen doe je met zijn tweeën. Vader én moeder brengen hierbij ieder hun eigen sterke punten in. Hans Boelhouwers is als algemeen arts werkzaam bij Stichting De Jutters, centrum voor jeugd-GGZ Haaglanden. Ontleend aan Kind en Ziekenhuis, themanummer 'De ziekenhuisbevalling', oktober 2005.
|