Home   Sitemap   Contact   Links
Informatie voor aanstaande ouders

Pasgeborenen

Door A. Geluk-Bleumink

Eén plus één
is: anders

Je bent ‘gewoon’ zwanger en ineens zie je op het echoscherm twee hartjes kloppen… Dat is vaak wel even slikken. Bij de komst van een meerling is veel hetzelfde als bij de geboorte van één kind, maar ook veel dat afwijkt en bijzondere aandacht vraagt.

Per jaar worden in Nederland zo’n 3600 meerlingen geboren. Daarvan is de overgrote meerderheid een tweeling. In rond de tachtig gevallen gaat het om een drieling. Een grotere meerling (een vierling of een vijfling) wordt nog maar heel zelden geboren. Het aantal meerlingen stijgt nog steeds, enerzijds door behandelingen als reageerbuisbevruchting (IVF) en hormoonbehandelingen, anderzijds door de stijging van de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen in Nederland hun eerste kind krijgen. Die is nu ongeveer 29,1 jaar. ‘Oudere’ moeders hebben een verhoogde kans op het krijgen van een meerling. Er gaan stemmen op om bij IVF en aanverwante behandelingen nog maar één bevruchte eicel in de baarmoeder terug te plaatsen. Het gevolg hiervan is dan dat er via dit traject minder meerlingen geboren worden. Een eeneiige tweeling kan dan natuurlijk nog wel ontstaan.
Een meerling kun je niet 'plannen'. Ook als meerlingen in de familie zitten , is het geen automatisme er een te krijgen. Je bent ‘gewoon’ zwanger en ineens zie je op het echoscherm twee hartjes kloppen… Dat is vaak wel even slikken. Soms is er ongeloof, soms schrikken de aanstaande ouders enorm. Soms is er meteen een super-cadeautjesgevoel, soms ook is het lastig om de consequenties, vooral ook de emoties, op een rij te zetten. Een tweeling krijgen betekent niet alleen dat je voor zo’n bijzondere kinderwagen, twee bedjes, vier namen en misschien een grotere auto zorgt. Het houdt ook in dat er twee kindjes komen en dat die ook al in je buik zitten. Het klinkt simpel, maar het voelt buitengewoon anders.

Begeleiding
Zodra vaststaat dat er een meerling op komst is, kom je voor de begeleiding van de zwangerschap bij de gynaecoloog terecht. Ook moet je altijd in het ziekenhuis bevallen. Dat komt omdat er zich tijdens de zwangerschap en rondom de geboorte complicaties kunnen voordoen. Je wordt meestal vaker gecontroleerd dan het geval zou zijn als je in verwachting was van één kind en tijdens de bevalling wordt er voor moeder en kinderen allerlei controleapparatuur gebruikt. Tweelingkinderen worden gemiddeld na 37 zwangerschapsweken geboren, drielingen na 34 weken. Dat betekent dat ze naar verhouding ook vaker dan kinderen die 'alleen' worden geboren, in het ziekenhuis moeten blijven en ook vaker in de couveuse terechtkomen. Het komt voor dat een tweelingmoeder na een prima zwangerschap met veertig weken van twee zesponds baby’s bevalt en dat het gezin na 24 uur weer naar huis kan. Het kan ook heel anders gaan.

Marjan: 'Met dertig zwangerschapsweken werd ik opgenomen: de kinderen kondigden zich aan en mijn gynaecoloog wilde me goed in de gaten houden. Na twaalf dagen werd ik per ambulance naar een academisch ziekenhuis gebracht. Het zag ernaar uit dat de kinderen geboren zouden worden en in zo’n ziekenhuis zijn ze beter toegerust voor te vroeg geboren baby’s. Matthijs was de hele tijd bij me. De bevalling verliep voorspoedig. Na zes uur werden, acht minuten na elkaar, Daan en Gijs geboren. Daan woog bijna 1800 gram, Gijsje 1680. Ze gingen naar de NICU, de neonatologische intensive care unit. Hoewel Daan zwaarder was, deed Gijs het beter. Allebei hadden ze ademhalingsproblemen en Daan kreeg ook nog een darminfectie. In het ziekenhuis zijn we goed begeleid.De artsen en verpleegkundigen waren zeer betrokken en ook lief voor de kinderen. Het is belangrijk dat je kinderen in goede handen zijn. Tot onze verbazing waren we heel snel ‘ingewerkt’ op de NICU. Er waren duidelijke regels en richtlijnen. Het kangoeroeën vonden wij en de baby’s heerlijk, op die momenten voelden we ons echt vader en moeder. Ik mocht na drie dagen naar huis, Daan en Gijs na vier weken.
Hoewel bij ons een positief gevoel overheerst, zijn er naar ons idee nog wel dingen die verbeterd kunnen worden en die men zich onvoldoende realiseert. Het is een heel spannende tijd, de emoties gieren door je lijf en elke dag gebeurt er wel wat bijzonders. Dan gaat het niet zo goed met Daan en juist wel met Gijs, Gijs kon eerder aan de borst drinken en groeide harder. Hoe kan dat nou? De kinderen werden vergeleken, terwijl wij dat niet probeerden te doen. De mededelingen die we kregen, waren ook niet altijd eenduidig. Op een dag konden we Gijs niet vinden. Hij bleek naar de medium-care verhuisd te zijn. Het zou ook fijn zijn als er wat meer privacy mogelijk was: echt even met ons vieren bij elkaar, ook de eerste tijd.'

Voorbereiden
Het is belangrijk dat je je als ouders goed op de bevalling en de komst van de kinderen voorbereidt. Natuurlijk gaat er veel hetzelfde als bij één kindje, maar veel is ook gewoon anders. Daarom is het belangrijk dat ziekenhuizen, maar ook thuiszorgorganisaties, informatiebijeenkomsten voor aanstaande tweelingouders organiseren en ook, dat alle tweelingouders niet alleen de verloskamers en de kraamafdeling kunnen bekijken en vragen kunnen stellen, maar dat zij ook een rondleiding krijgen op de kinder- en couveuseafdeling. Tweelingmoeders die erover denken om borstvoeding te geven, kunnen alvast een gesprek regelen met een lactatiekundige, omdat twee kinderen voeden ook anders gaat dan bij één kindje.
Met de gynaecoloog je vragen bespreken over de komende bevalling en de situatie erna, is ook belangrijk.

Verschillen
Ook bij een eeneiige tweeling kunnen er grote verschillen zijn tussen de kinderen. Tweelingkinderen kunnen een verschillend gewicht hebben, een verschillend ritme ontwikkelen, een verschillende slaapbehoefte hebben en veel of weinig op elkaar lijken. Het ligt voor de hand dat je als ouders gaat vergelijken en dat anderen dat ook doen. Het gaat echter wel om twee kinderen, twee individuutjes. Zorg er zoveel mogelijk voor dat je de tweelingkinderen als twee kinderen ziet en zo weinig mogelijk vergelijkt. Praat niet over 'de tweeling', maar over Hanna en Bas bijvoorbeeld en laat anderen dat ook doen. Het kan na de bevalling ook met het ziekenhuispersoneel worden afgesproken.
Het gaat ook met tweelingkinderen niet altijd goed. Als dat het geval is, is dat moeilijk, zeker als het ene kind het goed doet en de ander niet. Het is een dubbel gevoel. Je bent blij om het ene en verdrietig om het andere kind. Die twee soorten gevoelens heffen elkaar zeker niet op. Het vraagt ook van ziekenhuispersoneel bijzondere aandacht. Niet altijd kunnen de baby’s tegelijk naar huis. Voor ouders is het een heel georganiseer om één kindje thuis en één kindje in het ziekenhuis te hebben. De kraamtijd begint pas als allebei de kinderen thuis in hun bedje liggen.

Eigen plek
De kraamafdeling is vooral ingesteld op moeders met één baby; bij elk bed kan een wiegje staan. Heb je twee baby’s, dan is daar onvoldoende ruimte voor. Het is belangrijk dat er naar oplossingen wordt gezocht voor tweelingouders. Een grotere kamer is dan noodzakelijk, zeker als de moeder de eerste tijd in het ziekenhuis moet blijven, bijvoorbeeld na een keizersnede. Ook op de kinderafdeling is de ruimte vaak beperkt. Het is belangrijk dat je de baby's, ook als je voor het eerst je couveusekindjes bezoekt, goed kunt zien, dat er ruimte is om te kangoeroeën en dat je je als ouders met je kinderen desgewenst kunt afzonderen, dat je je een gezin kunt voelen.

Co-bedding
Tweelingbaby’s hebben samen in de buik van hun moeder gezeten en zeker de laatste weken voor de geboorte zaten ze tegen elkaar gedrukt. Na de bevalling vinden ze het fijn om dicht bij elkaar te zijn, om elkaar te voelen. Hiermee moet ook in het ziekenhuis rekening gehouden worden. In verband met het risico van wiegendood wordt afgeraden om tweelingbaby’s samen in één bedje te laten slapen. Soms is het wel mogelijk om ze samen in een couveuse te verplegen, ze worden dan immers al constant bewaakt. Dat kan niet altijd, omdat ze een verschillende behandeling nodig hebben of omdat de voorzieningen ervoor niet aanwezig zijn. Het is belangrijk dat in elk ziekenhuis de mogelijkheid in elk geval geboden wordt.
Buiten het slapen om kunnen de baby’s zoveel mogelijk bij elkaar gelegd worden, bijvoorbeeld voor en na de voedingen. Een voorwaarde is dat er voortdurend toezicht is.

Besef
Er kunnen zich rond tweelingen in het ziekenhuis allerlei situaties voordoen. Het allerbelangrijkste is het besef, dat een tweeling krijgen of hebben anders is en dat een tweeling uit twee kinderen bestaat, met alle belangrijke consequenties van dien. Dat vraagt van ouders en van ziekenhuispersoneel een andere aanpak dan bij de geboorte van één kind.

Anjo Geluk-Bleumink is een van de twee auteurs van Het Tweelingenboek, adviseur van de Nederlandse Vereniging voor Ouders van Meerlingen (NVOM), panellid van de Meerlingentelefoon en moeder van een tweeling.

Informatie
Meer informatie over meerlingen is te vinden in Het Tweelingenboek (vanaf de 9e druk), geschreven door Lenny Duijvelaar en Anjo Geluk en uitgegeven bij Kosmos – Z&K in Utrecht.
Voor informatie en advies kan ook contact worden opgenomen met de Nederlandse Vereniging voor Ouders van Meerlingen (NVOM), Postbus 14, 1300 AA Almere, telefoon 036-5318054, internet: www.nvom.net. De Meerlingentelefoon van de NVOM is bereikbaar elke maandagmorgen tussen 9.00 en 11.15 uur en elke eerste maandag van de maand ' s avonds tussen 20.30 en 21.30 uur. Het nummer van deze advieslijn is 0900-6337546.
 
Ontleend aan Kind en Ziekenhuis, themanummer 'Pasgeborenen', juni 2003.