Een kind dat in het ziekenhuis moet worden opgenomen of daar een behandeling moet ondergaan, moet zo goed als mogelijk is op die ervaring worden voorbereid.
Kinderen die zijn voorbereid, vertonen in het algemeen minder vaak problematisch gedrag als zij weer thuis zijn. Als zij in het ziekenhuis merken dat het er in werkelijkheid zo aan toegaat als hun tevoren is verteld, blijft het vertrouwen in de ouders bestaan. Veel kinderen die niet zijn voorbereid, voelen zich bedrogen en zijn teleurgesteld in hun ouders. Zij blijven vaak lange tijd een gevoel van argwaan en wantrouwen houden.
Voorbereiden is niet hetzelfde als geruststellen. Kinderen die zijn voorbereid en weten wat er gaat gebeuren, zijn op het moment van de opname soms meer opgewonden dan kinderen die geen flauw idee hebben van wat hun te wachten staat. Voorbereiden wil ook niet zeggen dat de kinderen zonder angst of tegenstribbelen een onderzoek of een behandeling zullen ondergaan. Hoe jonger een kind, hoe moeilijker de voorbereiding. Het is zelfs twijfelachtig of kinderen onder de drie jaar echt kunnen worden voorbereid. Dit alles wil niet zeggen, dat het niet moet worden geprobeerd.
Praten over het ziekenhuis
Er zijn situaties waar een kind niet goed op kan worden voorbereid. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een spoedopname. Die komt immers altijd onverwacht. Bij meer dan de helft van de kinderen die moeten worden opgenomen, is sprake van een spoedopname. Daarom is het zinnig dat een ouder ook zonder dat daar een directe aanleiding voor is, met een kind eens over het ziekenhuis praat, zoals bijvoorbeeld ook wordt gepraat over de kinderboerderij. Het is goed mogelijk aan de hand van een boekje een algemeen gesprekje over het ziekenhuis te beginnen of er kan van de gelegenheid gebruik worden gemaakt als het kind 'ziekenhuisje' speelt. Het heeft geen zin om een kind heel gericht over een echte opname te vertellen zolang daar geen sprake van is. Eerder is het tegendeel het geval: peuters en kleuters kunnen behoorlijk van streek raken door verhalen over ziekenhuizen, pijn en alleen gelaten worden. Deze verhalen kunnen de kiem zijn van onnodige angst en wilde fantasieën.
Op school
Ook op school moet alleen in algemene zin over het ziekenhuis worden gepraat. Een bezoek met de klas aan een ziekenhuis is niet aan te raden, tenzij ieder kind wordt begeleid door zijn vader of moeder. De kans is groot dat de kinderen tijdens zo'n bezoek allerlei dingen zien die zij niet begrijpen of verkeerd uitleggen, waardoor zij bang worden. Pas als er echt een opname voor de deur staat, heeft het zin met het kind in het ziekenhuis te gaan kijken en dat dan alleen nog als er persoonlijke aandacht van het ziekenhuispersoneel is.
Wie?
Het antwoord op de vraag wie het kind moet voorbereiden, is simpel: de ouders. Elke voorbereiding mislukt als die gebeurt door iemand die voor het kind een onbekende is. Het kind gebruikt dan al zijn aandacht en energie om met de onbekende vertrouwd te raken. Wat het kind wordt verteld, gaat grotendeels aan hem voorbij. Zelfs al zouden ouders het allemaal niet zo goed doen en moeten zij wellicht eerst zelf geholpen worden om hun eigen angsten onder controle te krijgen, dan nog zijn zij beter geschikt om hun kind voor te bereiden dan een vreemde. Ouders weten meer van hun kind dan wie ook. Zij zijn op de hoogte van de eerdere ervaringen die het kind mogelijk heeft opgedaan of van familiegebeurtenissen die het, bijvoorbeeld rondom ziekte en dood, heeft meegemaakt. Zij zijn het beste in staat verkeerde voorstellingen van het kind te corrigeren, diens fantasieën af te zwakken en de werkelijkheid duidelijk te maken.
Een verpleegkundige probeerde een zesjarig meisje uit te leggen wat er bij de narcose zou gebeuren. Zij vertelde, dat het meisje niets zou voelen omdat de dokter haar 'zou laten inslapen met een spuitje'. Het kind reageerde hysterisch en raakte volkomen in paniek. Enkele dagen eerder had de dierenarts de poes van het patiëntje 'laten inslapen met een spuitje'...
Kinderen zullen eerder geneigd zijn hun angst, boosheid en verwarring tegenover hun ouders te uiten dan tegenover een vreemde. Het is belangrijk op die reacties in te spelen.
Hoe?
Allereerst geldt, dat de informatie die het kind krijgt, simpel en oprecht moet zijn. Het is goed als het kind weet wat er gaat gebeuren, wat niet wil zeggen dat het alle medische details moet weten. Ook hoeft het kind niet alles in één keer te horen.
- Vertel als ouder in eenvoudige woorden wat je weet en probeer je in te leven in de belevingswereld van het kind. Bij een 'slangetje in de neus' bijvoorbeeld kunnen kinderen aan een echte slang denken, terwijl zo'n rubberen of plastic ding wordt bedoeld.
- Probeer uit te leggen wat het kind zal voelen, maar ook hoe het zich zal voelen. Vertel wat het mogelijk zal horen, ruiken, zien en hoe iets smaakt. Een stethoscoop voelt koud aan, een po ook. Het kapje voor de narcose kan vreemd ruiken, na een operatie kan het kind dorst hebben of misselijk zijn. De zaag waarmee het gips wordt doorgesneden, maakt een hels lawaai.
Over al deze dingen kunnen ouders zelf vragen stellen aan de huisarts, de specialist, de verpleegkundige, de pedagogisch medewerkster. Zij kunnen ook informatie opdoen door te praten met andere ouders of door contact op te nemen met de stichting Kind en Ziekenhuis. Wanneer sprake is van een operatie, bijvoorbeeld amandelen knippen, kan de ouder er niet omheen het kind te vertellen dat het pijn zal doen; die informatie moet dan wel steeds worden gekoppeld aan de verzekering dat die pijn overgaat. Belangrijk is, het kind steeds te zeggen dat het weer thuiskomt.
Terugkomen
Als de ouders om welke reden dan ook niet bij het kind in het ziekenhuis kunnen blijven, moeten zij het kind daar ook op voorbereiden en het de verzekering geven dat zij weer terug zullen komen. Wat telt is, dat het kind niet het idee krijgt, dat het in de steek wordt gelaten. Het heeft weinig houvast aan beloftes als: 'Ik kom wanneer je hebt geslapen'. Dat heeft al bij menig kind tot paniek geleid als het midden in de nacht, of gewoon na zijn dutje, wakker werd. Kleine kinderen hebben in het ziekenhuis geen besef meer van tijd of regelmaat omdat de routine van thuis er niet is.
Wanneer?
Zodra ouders zelf weten dat het kind moet worden opgenomen, moeten zij beginnen het kind voor te bereiden. Zo lang mogelijk erover zwijgen 'om het kind niet onnodig van streek te maken' heeft geen zin en kan zelfs averechts werken. Juist kleine kinderen voelen haarscherp aan dat er iets niet klopt als ouders krampachtig proberen te doen alsof er niets aan de hand is.
Het blijft altijd heel moeilijk om het kind te laten 'wennen' aan het idee dat het naar het ziekenhuis moet. Vergeet echter niet dat het belangrijkste is dat het kind eerlijk wordt voorgelicht zodat het de opname en het verblijf in het ziekenhuis niet als 'verraad' ervaart. Eén keer vertellen is niet genoeg. Kom er regelmatig op terug.
Hulpmiddelen
Kleine kinderen begrijpen de situatie het beste door een spel; een schoenendoos met een pop, een dokterssetje, een verpleegsterskapje en een mondlapje zijn prima hulpmiddelen bij 'ziekenhuisje spelen'. Ouders kunnen samen met het kind de situatie nabootsen en daarbij gemakkelijk een aantal dingen uitleggen. Bovendien krijgen zij op die manier zelf inzicht in de reacties van hun kind.
Het is ook goed mogelijk een tekening te maken en het kind te laten aanwijzen waar het zal worden geopereerd. De ouders kunnen het kind ook zelf een tekening laten maken en het aan de hand daarvan laten uitleggen wat het bedoelt. Dan komt de ouder er snel achter wat het kind goed of minder goed heeft begrepen.
Boekjes zijn ook een goed hulpmiddel om een kind mee voor te bereiden. Samen lezend, het kind lekker op schoot, kan vader of moeder aan de hand van plaatjes of verhaaltjes verder ingaan op wat er gaat gebeuren. De tekst en de plaatjes moeten niet altijd even letterlijk worden genomen; informeer bij het ziekenhuis waar het kind naartoe zal gaan, of het daar ook zo gaat als in het boek wordt aangegeven. Ouders kunnen ook in het ziekenhuis gaan kijken. Maak daarvoor een afspraak via de hoofdverpleegkundige van de kinderafdeling.
Welke informatie?
Welke informatie het kind dient te krijgen, is afhankelijk van de leeftijd, van de aard van het kind en de aard van de ingreep of de reden van de opname. Te denken valt aan: de kleren die zij aankrijgen, welk speelgoed zij mogen meenemen, waar zij zullen slapen, waar zij eten, waar zij kunnen spelen, wie er bij hen blijft, wie er op bezoek komt, wie er in het ziekenhuis werken, het polsbandje met hun naam erop, de avonden en nachten in het ziekenhuis, het plassen: jongens in een fles, meisjes op de po, de po in bed waarop zij moeten poepen, doktersonderzoeken, visites of röntgenfoto's, het opnemen van de temperatuur, de injecties, het bloed afnemen, de ziekenhuisuitrusting (brancards, instrumenten, maskers), de aanwezigheid van andere zieke kinderen, de operatie (het kapje of injectie voor de narcose, de operatiekamer en de mensen met hun kleding, hoe je je voelt na een operatie).
Tot slot
Vergeet niet te vertellen dat huilen mag en boos zijn ook. Laat het kind vooral merken dat het niet voor straf naar het ziekenhuis moet, dat het er zelf niets aan kan doen.
En ...dat het weer thuiskomt.
