Als een kind na een opname in het ziekenhuis naar huis komt, is dat het begin van een periode waarin het kind bijzondere aandacht vraagt.
Het kind is nog niet meteen 'de oude' en moet in veel gevallen nog lichamelijk herstellen. Het heeft ook enige tijd nodig om weer in het ritme van alledag te komen. Sommige kinderen zijn door het verblijf in het ziekenhuis duidelijk uit hun doen. Dat kan dagen, weken, maar soms ook maanden duren.
Reacties
Hoe de reacties zijn, hangt af van de aard van het kind, de leeftijd en de ervaringen die het in het ziekenhuis heeft opgedaan. Vooral de wijze waarop het in het ziekenhuis is begeleid, speelt een grote rol. Een kind dat zich in het ziekenhuis betrekkelijk veilig heeft gevoeld doordat zijn ouders daar bij hem waren, heeft in het algemeen minder problemen als het weer thuis is, dan een kind dat zijn ouders heeft gemist.
Jonge kinderen
Sommige kinderen zijn prikkelbaar, rusteloos of erg in zichzelf gekeerd. Ook komt het nogal eens voor dat kinderen niet in slaap willen vallen of angstige dromen hebben. Er zijn kinderen die terugvallen in hun ontwikkeling. Zij gaan weer duimzuigen, bedplassen, willen steeds gedragen worden of willen aangekleed worden. Een enkel kind gaat ineens stotteren of krijgt een zenuwtrekje. Peuters en kleuters kunnen niet begrijpen dat hun ouders de opname in het ziekenhuis niet hebben voorkomen. Zij voelen zich in de steek gelaten en reageren daarop vaak verdrietig en boos. Dat kan het geval zijn als het kind nog in het ziekenhuis ligt, het kan zich ook voordoen als het weer thuis is. Het kind is bang dat iets dergelijks elk moment opnieuw kan gebeuren.
Oudere kinderen
Kinderen die al wat ouder zijn, beleven een ziekenhuisopname iets anders dan jongere kinderen. Toch moet er rekening mee worden gehouden dat zij door hun ziek-zijn kunnen terugvallen in een vroegere fase van ontwikkeling. Sommige van hun reacties kunnen dan veel overeenkomst vertonen met die van jongere kinderen. Soms wordt ervan uitgegaan dat het gescheiden worden van de ouders bij al wat oudere kinderen minder ingrijpend is dan bij jongere kinderen. Daarbij wordt over het hoofd gezien dat een ziek kind zo'n grote verandering doormaakt, dat het niet meer mag worden vergeleken met een gezond kind. Het gescheiden zijn van de ouders hoeft niet altijd, maar kan vaak ook bij de wat oudere kinderen wel degelijk de oorzaak zijn van ontreddering.
Gevoel van veiligheid
Bij de meeste kinderen verdwijnen de verschijnselen na enige tijd vanzelf. Kinderen bij wie dat niet het geval is, zijn er het meest bij gebaat als de ouders proberen hun kind weer een gevoel van veiligheid en geborgenheid terug te geven. Dat is niet altijd eenvoudig. In veel gevallen hebben de ouders zelf ook nogal wat achter de rug. Hun kind in het ziekenhuis was zielig en vertederend, wanneer het dan thuiskomt als een onhandelbaar kind, is dat een teleurstelling. En soms denken ouders dat het kind in het ziekenhuis is verwend door het vele bezoek, de aandacht die het kreeg en alle cadeautjes waarmee het werd bedacht. Ouders kunnen dan het idee krijgen dat het kind 'weer in het gareel moet worden gebracht' en 'stevig moet worden aangepakt', zoals dat heet. Een dergelijke benadering maakt de problemen echter alleen maar erger. Wat een kind na thuiskomst uit het ziekenhuis nodig heeft, zijn aandacht en warmte, kortom: alles wat het een gevoel van veiligheid en geborgenheid geeft. Dat wil niet zeggen dat er geen grenzen zijn, maar deze mogen gegeven de omstandigheden wel wat worden verlegd. Van de ouders wordt vooral ook veel geduld gevraagd.
Enkele adviezen
- Blijf de eerste tijd zoveel mogelijk thuis.
- Ga niet onverwacht weg. Regel als u toch wegmoet, een oppas die uw kind goed kent.
- Ga de eerste keren weer mee naar de peuterspeelzaal, het dagverblijf, de crêche of de kleuterschool.
- Ga niet direct met vakantie en stel een geplande vakantie, indien mogelijk, even uit. Sommige kinderen hebben er vlak na een verblijf in het ziekenhuis moeite mee zich in een andere omgeving dan die van thuis prettig te voelen.
- Als uw kind agressief is tegen andere kinderen, laat het dan duidelijk merken dat dat niet wordt geaccepteerd. Leg aan de ouders van de andere kinderen uit waarom het kind zo reageert.
- Zorg voor speelgoed dat kapot mag gaan. Een dokterssetje, verkleedkleren en allerlei andere materialen om 'ziekenhuisje' mee te spelen, helpen het kind om zijn ervaringen te verwerken.
- Probeer, zonder dat te forceren, uw kind over het ziekenhuis en zijn ervaringen aan het praten te krijgen.
- Neem uw kind lekker bij u in bed als het daar behoefte aan heeft. Na een paar nachten kunt u het dan weer in zijn eigen bed proberen te laten slapen.
- Het kan zijn dat uw kind er in het ziekenhuis zo aan gewend is geraakt dat u naast hem sliep, dat het dat thuis ook wil. Daar is niets tegen. Leg eventueel een matrasje op de grond naast uw bed. Na een paar dagen kan uw kind weer in zijn eigen bed slapen, bijvoorbeeld met de belofte dat het weer op uw kamer mag komen liggen als het 's nachts (angstig) wakker wordt. Het open laten van de deur uw slaapkamer en het laten branden van een klein lichtje kunnen ook geruststellend zijn.
U hoeft niet bang te zijn dat deze zaken het kind niet meer 'af te leren' zouden zijn. Kinderen willen graag 'groot' zijn en als zij de situatie om hen heen weer als normaal gaan ervaren, zullen zij zich weer daarnaar gaan gedragen.
